Dombey zat in een hoek van het duister gemaakte vertrek, in den grooten leuningstoel naast het bed, en de zoon lag, warm toegestopt, in een draagbaar kinderbedje van mandewerk, dat zorgvuldig voor en dicht bij het vuur was geplaatst, alsof zijn aard met dien van een melkbroodje overeenkwam, en het een vereischte was hem bruin te roosten, terwijl hij nog versch was. Dombey was omtrent acht en veertig jaren oud. De zoon omtrent acht en veertig minuten. Dombey was eenigszins kaal, eenigszins rood in zijn gezicht, en hoewel een knap, welgemaakt man, al te barsch en statig van uitzicht om innemend te wezen. De zoon was bijna geheel kaal, zeer rood, en hoewel (gelijk van zelf spreekt) een schoon …
Jouw steun betaalt de vertaling van deze klassiekers naar meer talen.
Steun voor $12/maand DonerenAbonnees lezen met directe vertaling, zonder te wachten op de dagelijkse gratis limiet.