Amsterdam. Vennootschap „Letteren en Kunst”. 1905. Tegen den morgen zag Sigbert, de Bataaf, de vader der drie mannen, die nog bij het vuur sliepen, dat zij aan den rand van ’t bosch waren gekomen. De zon was opgegaan ver achter de takken, waar een groote vlakte scheen te liggen. Hij voelde zich daardoor wat vroolijker gestemd, dan gisteravond, toen hij en zijn drie zonen, moedeloos waren geweest omdat er aan het groote bosch van eiken en beuken geen einde scheen te komen. Vier dagen waren ze er nu al in verdwaald en dat zonder water, zonder ander voedsel dan de gezoden paddestoelen. Zij waren alle vier dood op. Twintig dagreizen waren ze n…
Or read it translated: 日本語 · 中文 · हिन्दी · Español · العربية · Français · বাংলা · Português · Русский · Bahasa Indonesia · اردو · Deutsch · Kiswahili · 한국어