Tegen den morgen zag Sigbert, de Bataaf, de vader der drie mannen, die nog bij het vuur sliepen, dat zij aan den rand van ’t bosch waren gekomen. De zon was opgegaan ver achter de takken, waar een groote vlakte scheen te liggen. Hij voelde zich daardoor wat vroolijker gestemd, dan gisteravond, toen hij en zijn drie zonen, moedeloos waren geweest omdat er aan het groote bosch van eiken en beuken geen einde scheen te komen. Vier dagen waren ze er nu al in verdwaald en dat zonder water, zonder ander voedsel dan de gezoden paddestoelen. Zij waren alle vier dood op. Twintig dagreizen waren ze nu al geloopen, altoos in de tegengestelde richting van de ster Brendel, die staat boven de zee, waarover…
Jouw steun betaalt de vertaling van deze klassiekers naar meer talen.
Steun voor $12/maand DonerenAbonnees lezen met directe vertaling, zonder te wachten op de dagelijkse gratis limiet.