De Mohammedaansche herbergier, die te midden van een groep geloofsgenooten en Indiërs stond, naderde den jongen man, die hem had geroepen en welke op een Arabier geleek, hoewel zijn gelaat onmiskenbaar een Engelsch type had. „Ja, Sidi! Ik heb zijn spoor gezien! Het is groot en scherp geteekend. Het moet dus een wijfje zijn, en Allah moge het vervloeken! Bijna elken dag verscheurt zij mij een mijner schapen. Ik ben een arme koffiehuishouder en bezit slechts 22 schapen. Kan zij niet naar iemand gaan, die het beter kan missen?”…
Jouw steun betaalt de vertaling van deze klassiekers naar meer talen.
Steun voor $12/maand DonerenAbonnees lezen met directe vertaling, zonder te wachten op de dagelijkse gratis limiet.