’t Was nog niet ver in het najaar, maar toch reeds vinnig koud. In de nieuwe wijken van Den Haag, te zamen grooter dan de oude stad, scheen het guurder dan elders; eentoniger en stiller was het er zeker, vooral in de straat, waar kapitein Roos met zijn talrijk gezin een bovenhuis had gehuurd. Wie dien dag den hoek om kwam, kreeg van den scherpen noordoostenwind de volle laag en zijn deel van het voor den sterken luchtstroom opstuivend zand, dat de pas gelegde bestrating bedekte. De twee lange rijen huizen stonden, op enkele uitzonderingen na, nog leeg. Één lijn vormden de lijsten der dakgoten aan weerskanten, één lijn de architraven, één lijn de rollagen der trottoirs. De net gemetselde roo…
Or read it translated: 日本語 · 中文 · हिन्दी · Español · العربية · Français · বাংলা · Português · Русский · Bahasa Indonesia · اردو · Deutsch · Kiswahili · 한국어