LEIDEN S. C. VAN DOESBURGH 1896 In ootmoed buig ik mij voor U, Liefde, als heiligste Openbaring Gods. Gij, die den kunstenaar bezielt, vervul ook mijn gemoed. Niets mag daarin achterblijven dat strijdig is met Uwe wet. De kunstenaar moet liefhebben en niets dan dat! Bestraald door 't zachte, maar blijde licht der liefde, wordt alles in dit leven belangwekkend, al het leed en al de vreugde der wereld. De zoete ontroering wordt door u alleen gewekt, zij, die alleen in staat is mijn ziel te verheffen tot de hoogte, waarvan zij gelijkmoedig, in machtige kalmte, kan neerzien op al het stoffelijke. Dat is geen vreugde, geen droefenis: 't…
Or read it translated: 日本語 · 中文 · हिन्दी · Español · العربية · Français · বাংলা · Português · Русский · Bahasa Indonesia · اردو · Deutsch · Kiswahili · 한국어