Ik heb nu in verschillende bladen al zooveel leelijks van de chineezen verteld, dat ik werkelijk wel eens iets goeds van hen mag zeggen, en zelfs met pleizier. [1] Want de chineezen zijn eigenlijk een oude liefde van mij. Er ligt heel veel doode illusie van mij verwaaid in China. Ik heb liever lief dan ik haat. En als ik eenmaal iets lief heb gehad, blijft er altijd iets van over. Toen ik pas uit Holland kwam, en de chineezen in hun eigen land zag, voelde ik mij, het spijt me dat ik het zeggen moet, niet bizonder ongelukkig. Wat mij in Holland het ergste hinderde, was de wèlgedane bourgeois, die 's Zondags met zijne familie op den Scheveningschen weg in den Haag wandelt, de type fatsoenlijk…
Or read it translated: 日本語 · 中文 · हिन्दी · Español · العربية · Français · বাংলা · Português · Русский · Bahasa Indonesia · اردو · Deutsch · Kiswahili · 한국어