Het was laat in den herfst van het jaar 1420. De zon was reeds lang ondergegaan, zonder zich den geheelen dag ook maar een enkel oogenblik te hebben vertoond. Zij had zich schuil gehouden achter dichte wolken, die door den feilen najaarswind langs het zwerk werden voortgejaagd, en onophoudelijk haar inhoud, afwisselend uit hagelsteenen en regendroppels bestaande, op het aardrijk nederstortten. De straten van de goede stad Haarlem,--want het is daar, dat ons verhaal een aanvang neemt,--welke in die dagen nog niet met steenen bevloerd waren, konden onmogelijk al het gevallen water opeens verzwelgen, en waren in modderpoelen veranderd, terwijl het water zich op de lagere plaatsen verzameld en e…
Jouw steun betaalt de vertaling van deze klassiekers naar meer talen.
Steun voor $12/maand DonerenAbonnees lezen met directe vertaling, zonder te wachten op de dagelijkse gratis limiet.