Het was den 28sten Juni van het jaar onzes Heeren 1297, dat er in den Buitenhof van het Grafelijke jachtslot in "Die Haghe" zich een bonte menigte bewoog. Opgetuigde paarden liepen aan de hand van stalknechts op en neer, en gaven dikwijls zulke krachtige bewijzen van hun ongeduld, dat de knechts wel beide handen noodig hadden om de dartele dieren in toom te houden. Valkeniers, pluimgraven, hondenjongens, jagers, hofhoorigen van allerlei bedrijf en ambacht,--lijfeigenen, boeren, ambachtslieden, schildknapen, Ridders en Edelen, alles liep in de bontste wanorde, die men zich maar voorstellen kan, door elkander en scheen ten laatste in het ongeduld der trappelende en snuivende rossen te deelen. …
Jouw steun betaalt de vertaling van deze klassiekers naar meer talen.
Steun voor $12/maand DonerenAbonnees lezen met directe vertaling, zonder te wachten op de dagelijkse gratis limiet.