De president stond nog, te midden van de lichte opschudding die zijn binnentreden had teweeg gebracht. Hij ging zitten en zei achteloos, op halfluiden toon: En hij rangschikte de wetsontwerpen, die op de schrijftafel voor hem lagen. Links van hem las een bijziende secretaris, met den neus op het papier, de notulen van de laatste vergadering, met een haastig gebrom waarnaar geen enkele afgevaardigde luisterde. In het verward gedruis van de zaal werd die stem slechts gehoord door de boden, die er zeer waardig, zeer correct uitzagen tegenover de achtelooze houdingen van de kamerleden.…
Jouw steun betaalt de vertaling van deze klassiekers naar meer talen.
Steun voor $12/maand DonerenAbonnees lezen met directe vertaling, zonder te wachten op de dagelijkse gratis limiet.