Het was een warme, liefelijke Meidag in het jaar 1873. Vroolijk straalde de zon aan den helder blauwen hemel, slechts hier en daar met fijne, witte, donzige wolkjes bestrooid, en goot haar licht uit over de woelige kaaien van Antwerpen, over de schepen in dichte rijen voor de groote koopstad geankerd, over de breede, spiegelende watervlakte van de Schelde, en over den lagen, groenen, vlaamschen oever aan de overzijde. Daar lag, snuivend en sissend als van ongeduld, de stoomboot naar Vlissingen, en twee reizigers traden de loopplank over, op het dek der boot. Een der reizigers, een Hollander van geboorte, had geruimen tijd in den vreemde, in het zuiden, vertoefd, en keerde nu naar zijn land t…
Or read it translated: 日本語 · 中文 · हिन्दी · Español · العربية · Français · বাংলা · Português · Русский · Bahasa Indonesia · اردو · Deutsch · Kiswahili · 한국어