"Ja, mijnheer. Mijn aanzoek schijnt u te verrassen. Is het niet? Toch moet gij mij ten goede houden, dat ik niet recht begrijp, waardoor dat aanzoek u zoo buitengewoon voorkomt. Ik ben zes en twintig jaren oud. Ik heet Cyprianus Méré. Ik ben mijn-ingenieur en heb als numero twee bij den algemeenen wedstrijd de Polytechnische school verlaten. Mijne familie is wel is waar niet rijk, maar zij is geacht en geëerd. De consul van Frankrijk aan de Kaap de Goede Hoop zal u zulks kunnen getuigen, wanneer gij dat zult verlangen, en mijn vriend Pharamond Barthès, de stoutmoedige jager, dien gij evenals iedereen in Grikwaland kent, zou u hetzelfde kunnen getuigen. Ik ben hier in naam van het Fransche Go…
Jouw steun betaalt de vertaling van deze klassiekers naar meer talen.
Steun voor $12/maand DonerenAbonnees lezen met directe vertaling, zonder te wachten op de dagelijkse gratis limiet.