Er waren eens twee kinderen, een jongen en een meisje. Zij bewoonden eene kleine hut, uit leem en riet vervaardigd. Die hut had schoorsteenpijp, noch vensters, dus konden licht en lucht er enkel langs de deur binnendringen, terwijl de rook van het haardvuur de woning verliet door eene nauwe opening, midden in het dak. Wel was de hut armoedig, maar het groote woud, dat haar omringde, was wonderschoon. Heerlijk mos bedekte den grond, hooge varens wiegelden er hare bleekgroene pluimen, terwijl forsche eiken, ver boven de hut, hunne takken broederlijk dooreen strengelden.…
Or read it translated: 日本語 · 中文 · हिन्दी · Español · العربية · Français · বাংলা · Português · Русский · Bahasa Indonesia · اردو · Deutsch · Kiswahili · 한국어